ECLI:NL:CRVB:2012:BV9948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Betrokkene ontving sinds 2004 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35% en een WW-uitkering. In 2006 meldde betrokkene zich ziek vanwege toegenomen lichamelijke klachten. Het UWV stelde in 2008 vast dat betrokkene geen recht meer had op een Ziektewet-uitkering. Betrokkene maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard op basis van een rapportage van een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank Assen oordeelde echter dat er twijfel bestond over de juistheid van de medische beoordeling en vernietigde het besluit, waarbij zij het medisch onderzoek onvoldoende inzichtelijk vond. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het oordeel van een door de rechtbank ingeschakelde onafhankelijke deskundige in principe gevolgd wordt, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. In dit geval bleek de deskundige onvoldoende expertise te hebben op bepaalde medische terreinen en geen zelfstandig oordeel te hebben gevormd over urenbeperkingen. De rapportages van de bezwaarverzekeringsarts kregen daarom doorslaggevende betekenis.
Uit deze rapportages bleek dat er geen noodzaak was om meer beperkingen aan te nemen dan bij de WAO-beoordeling in 2004. Betrokkene werd met inachtneming van de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst geacht ten minste één van de functies te kunnen vervullen. De medische gronden van betrokkene leidden niet tot een ander oordeel. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het UWV ongegrond.