ECLI:NL:CRVB:2012:BW0052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loongerelateerde WGA-uitkering en resterende verdiencapaciteit na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante heeft zich in maart 2005 ziek gemeld met psychische klachten en een loongerelateerde WGA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde in februari 2007 vast dat zij recht had op deze uitkering en wijzigde in 2008 de resterende verdiencapaciteit van 52,2% naar 61,21%, gebaseerd op drie geschikte functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze wijziging ongegrond, omdat het UWV haar belastbaarheid niet had overschat.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stelling dat zij niet tot volledige werkhervatting in staat was. De Raad liet deskundigen Koerselman (psychiater) en Erwteman (internist) onderzoek doen, die bevestigden dat de medische situatie van appellante geen noodzaak tot urenbeperking gaf en dat de belastbaarheid juist was ingeschat. Ook de arbeidskundige rapportages ondersteunden dat de drie functies geschikt waren, ondanks betwisting van de functie medewerker luistercontrole.
De Raad volgde het oordeel van de deskundigen en het UWV, oordeelde dat het UWV een juist beeld had van de belastbaarheid van appellante en bevestigde het besluit van 18 februari 2008. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 21 maart 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellante recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering met een resterende verdiencapaciteit van 61,21%.