ECLI:NL:CRVB:2012:BW0064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante diende medio december 2008 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat niet tijdig de benodigde gegevens waren aangeleverd. Een bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en is niet aangevochten.
Later verleende het college bijstand met ingang van 14 april 2009, de datum van melding bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Appellante verzocht bij bezwaar en beroep om bijstand met terugwerkende kracht vanaf 13 december 2008, stellende dat bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, mede vanwege onduidelijkheid over haar woonplaats.
De Raad oordeelt dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De eerdere aanvraag en de discussie over woonplaats kunnen daaraan geen betekenis toekennen, mede omdat het besluit op de eerdere aanvraag onherroepelijk is geworden.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Middelburg, en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.