ECLI:NL:CRVB:2012:BW0068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens overschrijding bijstandsnorm WAO-uitkering
Appellante, een WAO-uitkeringsgerechtigde met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%, diende op 11 juli 2008 een aanvraag in voor een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees deze aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarde dat zij gedurende een ononderbroken periode van 60 maanden een inkomen had dat niet hoger was dan de bijstandsnorm.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. Uit de overgelegde uitkeringsspecificaties bleek dat de WAO-uitkering van appellante vanaf januari 2007 de bijstandsnorm maandelijks met €14,84 en vanaf juli 2007 met €45,19 overschreed. Dit was een substantiële overschrijding en geen geringe zoals appellante stelde.
Appellante voerde aan dat zij door haar WAO-uitkering financieel slechter af was dan personen met een bijstandsuitkering en dat zij vanwege haar slechte gezondheid extra kosten heeft. De Raad oordeelde echter dat de wetgever met de langdurigheidstoeslag een inkomensondersteuning beoogt voor personen met een inkomen op minimumniveau en dat de overschrijding van de bijstandsnorm in dit geval een beletsel vormt voor toekenning van de toeslag.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurigheidstoeslag wordt afgewezen vanwege substantiële overschrijding van de bijstandsnorm.