ECLI:NL:CRVB:2012:BW0310
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding reis- en verblijfkosten therapeutische reis burger-oorlogsslachtoffer
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), verzocht om vergoeding van reis- en verblijfkosten voor een reis naar Indonesië. Deze reis had als doel het bezoeken van het graf van zijn vader en andere plaatsen met traumatische herinneringen, met het oog op het afsluiten van herinneringen en vermindering van psychische klachten.
Verweerder wees het verzoek af omdat de reis niet medisch noodzakelijk werd geacht. Appellant was ten tijde van de aanvraag niet onder behandeling voor zijn psychische klachten, waardoor niet werd voldaan aan de strikte richtlijnen voor toekenning van vergoeding voor therapeutische reizen. De Raad bevestigt dat vergoeding alleen mogelijk is indien er sprake is van een therapeutisch behandelproces met een behandelplan en evaluatie.
De Raad oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgehouden aan deze vaste gedragslijn en dat appellant zich eerst onder behandeling moet stellen alvorens een nieuwe aanvraag kan worden overwogen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet voldeed aan de medische vereisten voor vergoeding van een therapeutische reis.