ECLI:NL:CRVB:2012:BW0313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.J.A. Kooijman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens niet-nakoming inlichtingenplicht en vermogensvaststelling
Appellante ontvangt sinds 1996 bijstand en werd in 2008 geconfronteerd met intrekking van deze bijstand en terugvordering van kosten over de periode 2002-2007 wegens het niet melden van een nalatenschap na het overlijden van haar vader in 2002. Het college stelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door gevraagde stukken niet aan te leveren.
Appellante voerde aan dat zij een schuld van ruim €82.000 aan haar moeder had, die in mindering moest worden gebracht op de erfenis. Zij overlegde een schuldbekentenis en diverse stukken ter onderbouwing. De Raad oordeelde echter dat niet aannemelijk was gemaakt dat er een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting bestond, mede omdat de betalingen onregelmatig waren en de schuld deels bestond uit kosten die mogelijk niet als lening konden worden aangemerkt.
Verder stelde appellante dat zij kosten had gemaakt voor de afwikkeling van de nalatenschap die in mindering moesten worden gebracht, maar deze waren onvoldoende onderbouwd en te laat ingebracht. Het college had terecht alleen de successierechten in mindering gebracht.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde de bezwaren ongegrond. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten worden bevestigd omdat de inlichtingenplicht is geschonden en de schuld niet aannemelijk is gemaakt.