ECLI:NL:CRVB:2012:BW0468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toerekening WGA-uitkering aan eigenrisicodrager ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellante was eigenrisicodrager voor de WGA vanaf 1 juli 2008 en werd door het UWV medegedeeld dat zij verantwoordelijk was voor de betaling van de WGA-uitkering aan een voormalige werkneemster. Appellante maakte bezwaar tegen dit toerekeningsbesluit en het daarop volgende verhaalsbesluit, waarbij zij stelde niet op de hoogte te zijn gebracht van het toekenningsbesluit en dat haar was toegezegd geen inlooprisico te lopen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel alleen kan slagen indien er ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen zijn gedaan door een bevoegd bestuursorgaan, wat hier niet is gebleken.
Verder overweegt de Raad dat de beginselen van behoorlijk bestuur pas een rol spelen in de fase van verhaal van de uitkering en niet bij het toerekeningsbesluit zelf. De Raad wijst erop dat de bezwaarprocedure tegen het verhaalsbesluit niet correct is doorlopen, maar dat dit niet tot vernietiging van het bestreden besluit leidt. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het toerekeningsbesluit bevestigd.