ECLI:NL:CRVB:2012:BW0485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verplichte en vrijwillige AOW-verzekering bij verhuizing naar België en toepassing EU-recht
Appellant en appellante zijn gehuwd en verhuisden op 5 maart 2003 van Nederland naar België. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) paste een korting toe op het AOW-pensioen van appellant wegens twee niet-verzekerde jaren en weigerde aanvankelijk toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering voor appellante, die later werd toegekend met ingang van 6 maart 2003.
Appellanten voerden aan dat zij doorlopend verzekerd waren voor de AOW en dat de Belastingdienst bevoegd was in plaats van de Svb. De Raad oordeelde dat de Svb bevoegd is en dat het betalen van premies niet automatisch gelijkstaat aan verzekeringsrecht. De verhuizing naar België leidde tot het einde van de verplichte verzekering, omdat appellanten zich uit Nederland hadden uitgeschreven en geen ingezetenschap meer hadden.
De Raad overwoog dat EU-recht, waaronder artikel 39 EG Pro (nu artikel 45 VWEU Pro), geen garantie biedt voor neutraliteit van woonplaatsverandering voor sociale zekerheid. De korting op het pensioen en toeslag is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel en is proportioneel. Appellante was niet verplicht verzekerd als migrerend werknemer omdat zij geen arbeid verrichtte. De mogelijkheid tot vrijwillige verzekering werd terecht geboden. Verzoeken tot schadevergoeding wegens vermeende onjuiste toepassing van Europese regelgeving werden afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de besluiten van de Sociale Verzekeringsbank en wijst het hoger beroep van appellanten af.