ECLI:NL:CRVB:2012:BW0586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen voorlopige jaarafrekening Zvw niet-ontvankelijk wegens overschrijding bezwaartermijn
Appellant maakte bezwaar tegen de voorlopige jaarafrekening van de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2006, die hem op 10 april 2007 was toegezonden. Dit bezwaar werd bij besluit van 7 mei 2010 niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken.
De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit en oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend, ondanks dat de voorlopige jaarafrekening niet per aangetekende post was verzonden. De Raad gaat in hoger beroep in op de aangevoerde gronden, waaronder de bevoegdheid van het College voor zorgverzekeringen (Cvz) en de toepasselijkheid van de bezwaartermijn.
De Raad stelt vast dat de voorlopige jaarafrekening duidelijk als beschikking was aangemerkt en dat de bezwaartermijn bij ontvangst begint te lopen. Appellant ontving het stuk vermoedelijk begin mei 2007, waardoor het bezwaar van december 2008 ruim te laat was. De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat nationale procesregels mogen gelden mits deze het effectueren van gemeenschapsrecht niet praktisch onmogelijk maken. De zesweekse termijn voldoet hieraan.
De vraag of Cvz bevoegd is om de bijdrage vast te stellen, kan pas bij een inhoudelijke beoordeling worden behandeld, waarvoor ontvankelijkheid van het bezwaar vereist is. De Raad bevestigt daarom het bestreden vonnis en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de voorlopige jaarafrekening Zvw wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare redenen.