Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BW0653

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/30 WWB + 10/32 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging terugvorderingsbesluit wegens onduidelijke berekening in WWB-zaak

In deze zaak stond het besluit van 7 augustus 2008 tot terugvordering centraal, waarbij onduidelijk was of het bedrag correct was berekend. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat de terugvordering niet op juiste wijze kon worden vastgesteld, hetgeen door de rechtbank niet was onderkend.

De Raad vernietigt daarom het besluit voor zover het de terugvordering betreft, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellanten geen op- of aanmerkingen hadden gemaakt in hun zienswijze. Tevens wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding af.

De Raad veroordeelt het college tot betaling van de proceskosten aan appellanten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 maart 2012.

Uitkomst: Het besluit tot terugvordering wordt vernietigd voor zover het bedrag betreft, met handhaving van de rechtsgevolgen en afwijzing van schadevergoeding.

Uitspraak

10/30 WWB
10/32 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), wonende te [woonplaats] (appellanten),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 7 december 2009, 08/4520 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellanten
en
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)
Datum uitspraak: 27 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
De Raad heeft in het geding tussen partijen op 13 december 2011 een tussenuitspraak, LJN BU8152, gedaan (tussenuitspraak).
Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het college bij besluiten van 5 januari 2012 en 2 februari 2012 het besluit van 7 augustus 2008 (bestreden besluit) nader gemotiveerd.
Namens appellanten heeft mr. P.J. van der Meulen, advocaat, bij brief van 13 februari 2012 zijn zienswijze gegeven.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting. Tevens heeft de Raad besloten de zaak te verwijzen naar de enkelvoudige kamer.
Vervolgens heeft de Raad het onderzoek gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de tussenuitspraak.
2. Zoals in de tussenuitspraak onder 4.7 is overwogen dient het bestreden besluit ten aanzien van de terugvordering te worden vernietigd omdat niet kan worden vastgesteld of het bedrag aan terugvordering op de juiste wijze is berekend. De rechtbank heeft dat niet onderkend. De aangevallen uitspraak komt daarom in zoverre voor vernietiging in aanmerking. Het beroep tegen het bestreden besluit zal gegrond verklaard worden.
2.1. Appellanten hebben in hun zienswijze meegedeeld dat er geen aanleiding is om op- of aanmerkingen te maken. De Raad ziet daarin aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.
3. Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek om een veroordeling tot schadevergoeding dient te worden afgewezen.
4. De Raad ziet aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten voor verleende rechtsbijstand worden begroot op € 644,-- in beroep en op € 655,50 in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij is beslist over de terugvordering;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 7 augustus 2008 in zoverre;
- laat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit van 7 augustus 2008 in stand;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 1.299,50;
- bepaalt dat het college aan appellanten het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 149,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2012.
(get.) A.B.J. van der Ham.
(get.) R.L.G. Boot.
HD