ECLI:NL:CRVB:2011:BU8152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en onjuiste opgave inkomsten orgeldraaien
Appellanten ontvingen sinds 1978 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een onderzoek door de sociale recherche naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij onder meer een woningdoorzoeking en diverse verhoren plaatsvonden, stelde het College vast dat appellant inkomsten uit orgeldraaien niet volledig had opgegeven en beschikte over vermogen boven het vrij te laten bescheiden vermogen.
Het College trok de bijstand met ingang van 1 april 2008 in en vorderde de bijstandskosten terug over de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 maart 2008. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten met name de hoogte van de terugvordering en stelden dat het College jarenlang op de hoogte was van de activiteiten zonder op te treden.
De Raad oordeelt dat de gelden uit orgeldraaien inkomsten uit arbeid zijn en niet als giften kunnen worden aangemerkt. Appellanten hebben de inlichtingenverplichting geschonden door onvolledige opgave en het ontbreken van een deugdelijke boekhouding. Het College was bevoegd tot intrekking en terugvordering. Echter, het College heeft onvoldoende inzicht gegeven in de berekening van het terug te vorderen bedrag, waardoor het besluit over de terugvordering onvoldoende gemotiveerd is en vernietigd wordt.
De Raad draagt het College op binnen zes weken het gebrek te herstellen door inzicht te verschaffen in de berekening en rekening te houden met de opgegeven inkomsten. De rest van het besluit blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd, maar het besluit over de terugvordering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.