ECLI:NL:CRVB:2012:BW0806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering op basis van geschiktheid functies ondanks stofbeperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te verlagen van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard, maar het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, zonder de rechtsgevolgen te wijzigen.
In hoger beroep stond centraal of de functies waarop het UWV de schatting baseerde, namelijk productiemedewerker textiel, textielproductenmaker, inpakker en productiemedewerker industrie, medisch geschikt waren voor appellant, die beperkingen heeft vanwege longklachten en gevoeligheid voor stof.
De Raad oordeelde dat de stofbelasting in de functies gering is en niet vergelijkbaar met fijnstof dat diep in de longen doordringt. De door appellant ingebrachte arbeidsdeskundige kon onvoldoende onderbouwen dat de belasting te zwaar zou zijn. Ook het handelingstempo en concentratievermogen in de functies bleken passend.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van appellant ongegrond, waarmee de verlaging van de WAO-uitkering gehandhaafd blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd omdat de functies medisch passend zijn.