ECLI:NL:CRVB:2012:BW0858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks erkende conversiestoornis als ziekte
Appellant was sinds 1998 volledig arbeidsongeschikt door nekklachten en cognitieve beperkingen na een auto-ongeluk. In 2006 vond een herbeoordeling plaats waarbij verzekeringsartsen concludeerden dat appellant weer arbeid kon verrichten met beperkingen, wat leidde tot een herziening van de WAO-uitkering naar 15-25%.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn conversiestoornis als gevolg van het ongeval wel degelijk als ziekte in de zin van de WAO moet worden beschouwd en dat hij volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank verwierp dit en vond het medisch onderzoek voldoende onderbouwd.
In hoger beroep werd een onafhankelijke deskundige, psychiater Koerselman, geraadpleegd. Hij bevestigde dat de conversiestoornis als ziekte moet worden aangemerkt, maar dat de beperkingen die de verzekeringsartsen hadden vastgesteld niet onderschat waren.
De Raad volgde de deskundige en bevestigde de eerdere uitspraak, waarbij werd vastgesteld dat het standpunt van het UWV dat de conversiestoornis geen ziekte was, onjuist was, maar dat dit niet leidde tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan reeds vastgesteld.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt daarmee de herziening van de WAO-uitkering naar de klasse 15 tot 25%.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% wordt bevestigd ondanks erkenning van de conversiestoornis als ziekte.