ECLI:NL:CRVB:2012:BW1036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie huishoudelijke hulp volgens Wmo na medisch advies
Appellante ontving huishoudelijke verzorging via een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de AWBZ voor 4 tot 6,9 uur per week. Het college kende haar op basis van de Wmo een pgb toe voor 4,5 uur per week, later verhoogd naar 5 uur na bezwaar en een sociaal-medisch advies.
De arts Van Landeghem stelde vast dat appellante duurzame medische beperkingen heeft die zware huishoudelijke werkzaamheden verhinderen, maar lichte werkzaamheden mogelijk zijn. Er waren geen objectiveerbare medische redenen, zoals allergieën of longziekten, die een ophoging van de normtijden rechtvaardigen. Het college baseerde het aantal uren op het Reglement voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, dat normtijden bevat voor een alleenstaande in een eengezinswoning.
Appellante voerde aan dat haar intoleranties voor stof, geuren en voeding onvoldoende werden meegewogen en dat het aantal uren ten onrechte was teruggebracht van 7 naar 5. De Raad oordeelde dat de genoemde werkzaamheden ofwel al in de normtijden waren verdisconteerd of niet onder huishoudelijke hulp vielen. Er was geen contra-expertise of bewijs dat meer uren noodzakelijk waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de indicatie van 5 uur huishoudelijke hulp per week blijft gehandhaafd.