ECLI:NL:CRVB:2012:BW1069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering op basis van feitelijke woonsituatie ondanks afwijkende GBA-inschrijving
In deze zaak betwistte de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de toekenning van studiefinanciering aan betrokkene volgens de norm voor thuiswonende studerende. De rechtbank had geoordeeld dat de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) leidend was en dat betrokkene als uitwonend moest worden aangemerkt omdat zij niet op hetzelfde adres als haar ouders stond ingeschreven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de tekst van artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) niet uitsluit dat de feitelijke woonsituatie kan worden onderzocht, ook als de GBA-inschrijving anders aangeeft. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en stelde vast dat appellant (de Minister) terecht de studiefinanciering heeft herzien naar de norm voor thuiswonende studerende.
De Raad baseerde dit op onderzoek door toezichthouders die rapporten opstelden over de feitelijke woonsituatie, waaruit bleek dat betrokkene daadwerkelijk op hetzelfde adres als haar ouders woonde. De door betrokkene ingebrachte verklaringen die dit tegenspraken, werden niet overtuigend bevonden. Het beroep van betrokkene werd daarom ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de studiefinanciering wordt herzien naar de norm voor thuiswonende studerende.