ECLI:NL:CRVB:2012:BW1759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaren tegen intrekking WWB-uitkering en terugvordering
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van het college die haar WWB-uitkering introkken en kosten van bijstand terugvorderden. Het college verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de gronden binnen de gestelde termijn.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld door in een latere termijnstelling niet te vermelden dat niet tijdig indienen tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Hierdoor konden de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraken en de besluiten van het college, en bepaalde dat het college binnen acht weken nieuwe besluiten op bezwaar moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
De Raad benadrukte dat het geschil niet definitief kan worden beslecht zolang de feiten die tot intrekking en terugvordering hebben geleid niet inhoudelijk zijn behandeld, en dat een nadere hoorzitting passend is.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren is vernietigd en het college moet nieuwe besluiten op bezwaar nemen binnen acht weken.