ECLI:NL:RVS:2016:1399
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken ondertekening en niet-herstel verzuim
Appellant diende een verzoek in op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), dat door het college werd doorgezonden naar de Intergemeentelijke Sociale Dienst. Appellant maakte bezwaar tegen deze doorzending, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift niet ondertekend was en per e-mail was ingediend terwijl de elektronische weg niet was opengesteld.
De rechtbank oordeelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld door niet expliciet te vermelden dat niet tijdig herstellen van het verzuim tot niet-ontvankelijkheid zou leiden, maar dat dit niet tot vernietiging van het besluit leidde. Appellant voerde aan dat het college opnieuw een termijn had moeten stellen met duidelijke waarschuwing, maar dit betoog faalde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bezwaarschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat appellant niet binnen de gestelde termijn een schriftelijk, ondertekend bezwaarschrift had ingediend. Ondanks het ontbreken van een expliciete waarschuwing bij de termijnverlenging, was appellant op de hoogte van de gevolgen van niet tijdig herstel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.