ECLI:NL:CRVB:2012:BW3254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende onderzoek naar omvang hulp bij het huishouden en pgb-tarief in Wmo-zaak
Appellanten maakten bezwaar tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Oss over de toekenning van hulp bij het huishouden in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college had hen een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend, maar appellanten stelden dat onvoldoende rekening was gehouden met hun beperkingen en de grootte van hun woning.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het bestreden besluit, met name vanwege een ondeugdelijke motivering van het toegepaste uurtarief voor het pgb. Het college nam vervolgens een nieuw besluit, maar ook dit besluit en daaropvolgende besluiten bleken onvoldoende onderzoek te bevatten naar de omvang van de hulp bij het huishouden, zoals het betrekken van alle omstandigheden van het geval, waaronder het aantal kamers in de woning.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onvoldoende onderzoek had verricht en dat het college het gebrek in de besluiten moest herstellen. Tevens moest het college een beslissing nemen op het verzoek om schadevergoeding. De Raad droeg het college op binnen zes weken het gebrek te herstellen en een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de gewijzigde beleidsregels uit 2010.
Uitkomst: De besluiten over de omvang van de hulp bij het huishouden worden vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en het college wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.