ECLI:NL:CRVB:2012:BW3331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging persoonsgebonden budget wegens verblijf in Zwitserland volgens AWBZ en EU-regelgeving
Appellante, die na een meningitisinfectie lichamelijk en geestelijk gehandicapt raakte, ontving aanvankelijk zorg in natura op grond van de AWBZ. Na haar verhuizing naar Zwitserland in augustus 2010 werd het toegekende pgb beëindigd omdat zij niet langer tot de kring van verzekerden behoorde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante per 1 juni 2011 niet als verzekerd voor de AWBZ kan worden aangemerkt, omdat zij niet in Nederland werkzaam is en haar verhuizing niet uitsluitend om studieredenen plaatsvond. Het pgb wordt beschouwd als een verstrekking gericht op vergoeding van verzorgingskosten en niet als een uitkering die het levenspeil veiligstelt.
De Raad verwierp het beroep op Europese regelgeving, waaronder verordening (EEG) nr. 1408/71 en de Overeenkomst met Zwitserland, omdat het pgb niet op de lijst van verstrekkingen valt waarop artikel 24 van Pro de verordening van toepassing is. Ook is het vertrouwen en rechtszekerheidsbeginsel niet geschonden, aangezien appellante tijdig is geïnformeerd over de gevolgen van haar verhuizing.
De aangevallen uitspraak van de voorzieningenrechter, die het besluit tot beëindiging van het pgb bevestigde, werd door de Raad bekrachtigd. Er is geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.
Uitkomst: Het pgb wordt beëindigd omdat appellante niet langer verzekerd is voor de AWBZ en geen aanspraak kan maken op pgb op grond van Europese regelgeving.