ECLI:NL:CRVB:2012:BW3749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene en bijzondere bijstand wegens niet-rechtmatig verblijf
Appellant, houder van de Nigeriaanse nationaliteit, diende in oktober en november 2008 aanvragen in voor bijzondere en algemene bijstand bij het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom. Deze aanvragen werden afgewezen omdat appellant niet beschikte over een verblijfsdocument zoals vereist op grond van artikel 11 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat appellant niet als rechtmatig verblijvend in Nederland kon worden aangemerkt volgens de Vreemdelingenwet 2000 en de WWB. Tevens werd geoordeeld dat het college terecht geen dringende redenen in de zin van artikel 16 WWB Pro had beoordeeld, omdat deze clausule niet van toepassing is op de categorie vreemdelingen waartoe appellant behoort.
In hoger beroep stelde appellant dat hij rechtmatig verbleef en dat er bijzondere medische omstandigheden waren die dringende redenen vormden voor bijstand. De Raad oordeelde dat appellant weliswaar rechtmatig verbleef in de zin van artikel 8, onder f, van de Vreemdelingenwet 2000, maar niet in de zin die recht geeft op bijstand volgens artikel 11 WWB Pro. De hardheidsclausule van artikel 16 WWB Pro is expliciet niet van toepassing op deze categorie. Ook een zorgplicht tot verstrekking van bijstand werd door de Raad verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens niet-rechtmatig verblijf.