ECLI:NL:CRVB:2012:BW4037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling re-integratie-inspanningen werkgever bij loonsanctie Wet WIA
Appellante, een werkgever, kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een werknemer die ziek was. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsperiode met 52 weken op grond van artikel 25 lid 9 Wet Pro WIA, omdat de werkgever onvoldoende had gedaan om de werknemer te re-integreren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de werkgever een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de re-integratie en zich niet kan verschuilen achter een onjuist oordeel van de bedrijfsarts. De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve vast dat de rechtbank 's-Gravenhage niet bevoegd was, maar verklaarde de uitspraak desondanks als bevoegdelijk gedaan.
De Raad toetste inhoudelijk de rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die concludeerden dat de werknemer niet volledig arbeidsongeschikt was en dat de werkgever onvoldoende had ondernomen om de re-integratie te bevorderen. Het standpunt van appellante dat het UWV marginaal had moeten toetsen werd verworpen. De Raad bevestigde dat de werkgever verantwoordelijk is voor de re-integratie en wees het hoger beroep af. Een schadevergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.