ECLI:NL:CRVB:2012:BW4426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herziening WAO-uitkering en nader verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante, met een WAO-uitkering sinds 1991 wegens schouder- en hoofdpijnklachten, werd in 2009 herbeoordeeld door het UWV, dat haar arbeidsongeschiktheidspercentage verlaagde. Appellante stelde dat haar beperkingen, met name psychische klachten, werden onderschat en maakte bezwaar tegen de besluiten.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, ondersteund door medische verklaringen en psychiatrisch onderzoek. Het UWV verweerde zich met een rapport waarin werd gesteld dat de klachten na de datum in geding vielen en dat er geen ernstige psychiatrische stoornis bleek.
De Raad constateerde dat het UWV in haar reactie de juiste herzieningsdatum (1 oktober 2009) niet had betrokken en dat daardoor twijfel bestaat over de medische grondslag van het besluit. Daarom beveelt de Raad het UWV een nader verzekeringsgeneeskundig rapport op te stellen, waarin ook het verloop van de psychische klachten wordt betrokken zoals blijkt uit het medisch journaal van de huisarts.
De Raad draagt het UWV op binnen acht weken het gebrek in het besluit te herstellen, waarmee een zorgvuldige herbeoordeling van de belastbaarheid van appellante wordt afgedwongen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen acht weken een nader verzekeringsgeneeskundig rapport op te stellen ter herziening van het besluit over de WAO-uitkering per 1 oktober 2009.