ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling re-integratievisie na tussenuitspraak
In deze zaak staat de herziening van de WAO-uitkering van appellante centraal, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een eerdere beslissing moest herzien na een tussenuitspraak van de Raad. De Raad had het Uwv opgedragen om het medische motiveringsgebrek in het besluit van 12 augustus 2009 te herstellen, omdat twijfel bestond over de medische grondslag.
Het Uwv bracht daarop aanvullende medische rapporten in, waarin verzekeringsartsen de lichamelijke en psychische klachten van appellante opnieuw onderzochten. De artsen concludeerden dat de beperkingen van appellante, vastgesteld in januari 2009, ook op de datum in geding, 1 oktober 2009, standhouden. De psychische klachten werden meegenomen, maar konden niet volledig geobjectiveerd worden.
Appellante voerde aan dat haar psychische gezondheid verslechterd was en dat zij slechts voor 20% functioneert, maar de Raad achtte dit niet relevant voor de datum in geding. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd medisch geschikt waren.
De Raad vernietigde het eerdere besluit wegens strijd met het motiveringsvereiste van de Awb, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellante voor zowel beroep als hoger beroep.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering per 1 oktober 2009 wordt bevestigd, ondanks vernietiging van het besluit wegens motiveringsgebrek.