ECLI:NL:CRVB:2012:BW5350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en gegrondverklaring beroep tegen fictieve weigering bijzondere bijstand
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om bijzondere bijstand voor cursuskosten. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het dagelijks bestuur opgedragen binnen zes weken een besluit te nemen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat het dagelijks bestuur nog steeds geen nieuw besluit op bezwaar had genomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen procesbelang had bij het hoger beroep omdat de aangevoerde gronden niet direct betrekking hadden op de vraag of appellant recht heeft op bijzondere bijstand.
Tegelijkertijd werd het beroep tegen de fictieve weigering van het dagelijks bestuur om uitvoering te geven aan de eerdere uitspraak gegrond verklaard. De Raad bepaalde dat het dagelijks bestuur binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar en een besluit op de aanvraag moet nemen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat niet was gebleken dat appellant kosten had gemaakt. De uitspraak werd gedaan door R.H.M. Roelofs in aanwezigheid van griffier J. van Dam.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard; beroep tegen fictieve weigering gegrond met opdracht tot besluit binnen vier weken.