ECLI:NL:CRVB:2012:BW5503
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing periodieke invaliditeitsuitkering en vergoeding huishoudelijke hulp op grond van Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellant, geboren in 1942 in Nederlands-Indië, vroeg bij de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) een periodieke invaliditeitsuitkering en vergoeding voor huishoudelijke hulp aan. De Commissie wees beide verzoeken af omdat de beperkingen van appellant niet in voldoende mate causaal verband hielden met oorlogsletsel en de drempel van 10% invaliditeit niet werd gehaald.
De Raad liet appellant medisch onderzoeken door twee artsen. De eerste arts concludeerde dat er sprake was van oorlogsletsel, maar geen blijvende arbeidsongeschiktheid. De tweede arts stelde dat de psychische klachten deels ernstiger waren, maar dat de oorlogsgebeurtenissen slechts een beperkte rol speelden in de beperkingen, die vooral werden veroorzaakt door naoorlogse ervaringen en niet-causale longklachten.
De Raad vond de medische onderbouwing van appellant onvoldoende om het standpunt van de Commissie te weerleggen. Ook de claim dat longklachten causaal waren, werd overtuigend verworpen. De Raad oordeelde dat de drempel van 10% invaliditeit niet werd bereikt en dat er geen medische noodzaak was voor huishoudelijke hulp. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de periodieke invaliditeitsuitkering en vergoeding voor huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.