ECLI:NL:CRVB:2012:BW5590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijke huishouding en terugvordering bijstandsuitkering ondanks vrijspraak valsheid in geschrifte
Appellanten ontvingen bijstand en werden onderzocht op grond van een anonieme tip over het voeren van een gezamenlijke huishouding. Het college herzag de bijstandsuitkeringen en vorderde kosten terug wegens vermeende gezamenlijke huishouding op het adres van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de verklaringen van appellanten en buurtbewoners voldoende grond boden voor het standpunt van het college. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij geen hoofdverblijf hadden op het adres, dat hun verklaringen onder druk waren afgelegd en dat de strafrechter hen vrijsprak van valsheid in geschrifte.
De Raad oordeelde dat de verklaringen, ondanks enige spanning tijdens verhoren, betrouwbaar zijn en dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn die wijzen op een gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg. De vrijspraak in de strafzaak doet hieraan geen afbreuk omdat de bestuursrechter niet gebonden is aan strafrechtelijke oordelen.
De Raad bevestigde het standpunt van het college en de rechtbank dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden over de periode 1 oktober 2002 tot en met 31 december 2008. De terugvordering van bijstandskosten blijft gehandhaafd en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden en dat de terugvordering van bijstand terecht is.