ECLI:NL:CRVB:2012:BW5693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing beroep tegen staking doorbetaling bezoldiging ambtenaar
Appellant was werkzaam bij de gemeente Voorschoten en meldde zich ziek vanaf september 2009. Na gedeeltelijke werkhervatting in november 2009 werd hij politiek actief en lijsttrekker. Ondanks afspraken en medisch advies kon appellant op 2 maart 2010 zijn werk hervatten, maar hij verscheen niet. Het college sommeerde hem meerdere keren, waarna op 10 maart 2010 de doorbetaling van zijn bezoldiging werd gestaakt wegens verzuim.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en het ontslagbesluit van 8 september 2010. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het deskundigenoordeel en het bedrijfsartsadvies wezen op verminderde belastbaarheid, waardoor de grondslag voor staking van de bezoldiging verviel. Ook stelde hij dat zijn politieke activiteiten tegen hem werden gebruikt.
De Raad oordeelde dat het college het niet hervatten van werkzaamheden terecht als verzuim had aangemerkt en de bezoldiging terecht had gestaakt tot 18 juni 2010. Vanaf die datum werd appellant echter geweerd van de werkvloer, waardoor geen sprake meer was van verzuim en de staking van de bezoldiging onrechtmatig was. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd voor het gedeelte vanaf 18 juni 2010. De Raad bepaalde dat de bezoldiging vanaf die datum tot ontslagdatum wordt doorbetaald, met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De staking van de doorbetaling van de bezoldiging is onrechtmatig vanaf 18 juni 2010 en moet worden hervat tot ontslagdatum met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.