ECLI:NL:CRVB:2012:BW5796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing beperkingen appellant
Appellant, voormalig hoofdagent van politie, kreeg vanaf 17 oktober 2000 een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV verlaagde deze uitkering per 29 juni 2009 naar een mate van 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid na medisch en arbeidskundig onderzoek. Appellant maakte bezwaar tegen deze verlaging en voerde aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren beoordeeld en dat hij de voorgestelde functies niet kon vervullen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van het UWV, maar handhaafde de rechtsgevolgen daarvan. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en verzocht om benoeming van een deskundige. De Raad stelde vast dat appellant geen nieuwe medische informatie kon aanleveren ter onderbouwing van zijn standpunt en wees het verzoek tot deskundigenbenoeming af.
De Raad oordeelde dat de belastbaarheid van appellant binnen de geduide functies niet werd overschreden en dat de functie-eisen, waaronder een interne opleiding op niveau 2, niet onverenigbaar waren met zijn beperkingen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.