ECLI:NL:CRVB:2012:BW6037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen uitnodigingsbrief voor arbeidsmogelijkheden niet-ontvankelijk verklaard
Appellant, een bijstandsgerechtigde, ontving een brief van het college waarin hij werd uitgenodigd voor een gesprek over zijn arbeidsmogelijkheden. Tegen deze brief maakte appellant bezwaar, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de brief wel als besluit moest worden aangemerkt, dan wel gelijkgesteld aan een besluit op grond van artikel 79 van Pro de WWB. Tevens vorderde hij materiële en immateriële schadevergoeding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief niet op rechtsgevolg is gericht en niet onder artikel 79 WWB Pro valt, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. De stelling van appellant dat sprake zou zijn van strijd met artikel 6:6 Awb Pro werd verworpen. Ook het betoog over procedurele tekortkomingen leidde niet tot een ander oordeel.
Verder werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen, aangezien geen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de uitnodigingsbrief is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.