ECLI:NL:CRVB:2012:BW6192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding woning in Marokko
Appellante ontving bijstand van 2000 tot 2007. Naar aanleiding van meldingen over onroerend goed in Marokko is een onderzoek ingesteld, waaruit bleek dat appellante beschikte over een woning in Marokko met een waarde die het vrij te laten vermogen overschrijdt.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand over 2005-2007 in en vorderde ten onrechte ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij nooit eigenaar was geweest, omdat haar vader het onroerend goed zonder haar medeweten op haar naam had gezet en zij later afstand had gedaan.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksgegevens, waaronder gerechtelijke documenten, bouwvergunningen en verklaringen van de Nederlandse ambassade, voldoende bewijs boden dat de woning tot haar vermogen behoorde. Het ontbreken van originele afstandsverklaringen en het niet kunnen overleggen hiervan door appellante leidde niet tot een ander oordeel.
Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.