ECLI:NL:CRVB:2012:BW6265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.C.W. Lange
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en recht op WGA-loonaanvullingsuitkering
Appellant viel in maart 2004 uit wegens gezondheidsklachten en werd aanvankelijk afgewezen voor een WIA-uitkering. Na bezwaar en beroep werd hij per 13 maart 2006 erkend als gedeeltelijk arbeidsongeschikt (65-80%) en kreeg hij een WGA-uitkering. In 2009 werd appellant op grond van een bezwaarprocedure alsnog toegelaten tot een WGA-loonaanvullingsuitkering, omdat hij volgens het UWV niet volledig duurzaam arbeidsongeschikt was.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een IVA-uitkering. Het UWV voerde aan dat er nog reële behandelmogelijkheden waren en dat verbetering van zijn belastbaarheid binnen het eerstkomende jaar verwacht mocht worden. De rechtbank oordeelde dat het UWV op goede gronden niet tot toekenning van een IVA-uitkering was gekomen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, stellende dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de prognose van de bezwaarverzekeringsarts onjuist was. Het rapport van PsyQ uit 2010 toonde juist aan dat appellant zelf behandelingen afwees, maar gaf geen aanwijzingen dat op de datum in geding (17 februari 2009) geen verbetering verwacht kon worden.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht had geoordeeld dat appellant niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt was en daarom geen IVA-uitkering toekwam. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellant is niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt en heeft geen recht op een IVA-uitkering maar op een WGA-loonaanvullingsuitkering.