ECLI:NL:CRVB:2012:BW6266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van WW-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving vanaf 1 december 2003 een WW-uitkering en begon in 2004 als zelfstandige zonder dit volledig te melden aan het Uwv. Het Uwv herzag daarop de WW-uitkering over de periode van 3 januari tot 24 oktober 2005 en vorderde onverschuldigde betalingen terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat hij niet bewust zaken verzweeg en dat de informatievoorziening van het Uwv tekortschietend was.
De Raad onderzocht het beleid van het Uwv, waaronder een handleiding voor toetsing van ZZP-dossiers, en concludeerde dat appellant geen melding had gemaakt van de gewerkte uren als zelfstandige, wat volgens het beleid leidt tot afwijzing van correctie. Hoewel appellant stelde onvoldoende geïnformeerd te zijn over het verschil tussen directe en indirecte uren, kon hij toch een opgave doen van gewerkte uren. De Raad oordeelde dat het Uwv bevoegd was tot herziening en terugvordering op grond van de WW en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien.
De Raad vernietigde het besluit van 20 mei 2008 en het besluit van 13 oktober 2010 voor zover het ging om herziening en terugvordering, verklaarde het beroep tegen het besluit van 28 februari 2011 ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Het Uwv werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard, eerdere besluiten worden vernietigd, maar de herziening en terugvordering van de WW-uitkering worden gehandhaafd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.