ECLI:NL:CRVB:2012:BW6793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten voetbal en onderwijs minderjarige zoon
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de reiskosten van haar minderjarige zoon die moest reizen tussen Tilburg en Bergen op Zoom om te voetballen bij RBC Roosendaal en onderwijs te volgen. Het college wees dit af omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan werden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de combinatie van voetbal en onderwijs een beroepsopleiding vormde, gelijk aan de beroepsopleiding die haar dochter volgde. De Raad oordeelde echter dat de zoon regulier voortgezet onderwijs volgde aan een LOOT-school, die ook in Tilburg aanwezig is, en dat de samenwerking tussen RBC en de school onvoldoende maakt dat de combinatie als beroepsopleiding kan worden aangemerkt.
Appellante kon niet aantonen met objectieve gegevens dat er sprake was van een opleidingsplan of toetsing binnen RBC. Het verlangen van de zoon om professioneel voetballer te worden en de keuze voor onderwijs in Bergen op Zoom rechtvaardigen volgens de Raad geen bijzondere bijstand voor reiskosten. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor de reiskosten van de zoon.