ECLI:NL:CRVB:2012:BW6831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens woningvermogen in Marokko
Appellanten ontvingen in de periode 1996 tot 2005 bijstand en gaven in 2005 aan een woning in Marokko te bezitten. Het college startte een onderzoek naar het vermogen van appellanten, waarbij de Nederlandse ambassade in Marokko bevestigde dat de woning eigendom was van appellanten. Het college herzag daarop de bijstand en vorderde terugbetaling.
Appellanten stelden dat zij de woning in 1997 hadden geschonken aan hun zoon en overlegden een schenkingsakte en verklaringen ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde dat deze stukken onvoldoende bewijs vormden, mede omdat de schenkingsakte niet geregistreerd was en de authenticiteit twijfelachtig was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat de woning in de periode in geding geen deel uitmaakte van hun vermogen. De verklaringen en stukken zijn onvoldoende betrouwbaar en relevant voor de periode. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering blijft gehandhaafd.