ECLI:NL:CRVB:2012:BW6835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor notariskosten testamentaire voogdijregeling
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor notariskosten die zij maakte voor het opstellen van een testamentaire regeling inzake de voogdij over haar dochter. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat niet was gebleken dat deze kosten voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het opstellen van het testament noodzakelijk was om te voorkomen dat de biologische vader het gezag over haar dochter zou krijgen na haar overlijden, en dat dit bijzondere omstandigheden opleverde die bijzondere bijstand rechtvaardigen. De Raad beoordeelde dit aan de hand van artikel 35 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB), waarin bijzondere bijstand wordt toegekend voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en niet uit het reguliere inkomen kunnen worden voldaan.
De Raad oordeelde dat notariskosten tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en in beginsel uit het inkomen moeten worden betaald. De enkele keuze van appellante om de voogdij via testament te regelen, zonder dat er een noodzaak uit het dossier bleek, vormt geen bijzondere omstandigheid. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien om appellante te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 mei 2012.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor notariskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.