ECLI:NL:CRVB:2012:BW6870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medisch onderzoek en WIA-beoordeling
Appellante viel in 2004 uit wegens rugklachten en ontving aanvankelijk een werkloosheidsuitkering na weigering van een WIA-uitkering. In 2008 meldde zij zich ziek met rug- en extremiteitenklachten en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend.
Na medisch onderzoek door UWV-artsen werd zij in augustus 2009 hersteld verklaard en werd de Ziektewetuitkering beëindigd. Het bezwaar van appellante tegen deze beëindiging werd ongegrond verklaard op basis van een rapport van een bezwaarverzekeringsarts die beperkte pijnklachten constateerde en geen structurele afwijkingen vond.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat pijnbestrijding geen effect had gehad.
De Raad overwoog dat de Ziektewetuitkering kan worden beëindigd indien de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de in de WIA-beoordeling geselecteerde functies. Het UWV had terecht onderzocht of appellante hiertoe in staat was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante wordt terecht beëindigd omdat zij geschikt is voor functies geselecteerd in de WIA-beoordeling.