ECLI:NL:CRVB:2012:BW7168
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard wegens tijdige indiening hoger beroep in WWB-zaken
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet van appellant gegrond verklaard tegen de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. De Raad overwoog dat de gronden van het hoger beroep mogelijk al op 19 september 2011 via fax waren ingediend, ondanks dat de termijn in een aangetekende brief van 22 augustus 2011 was gesteld.
De Raad hechtte daarbij waarde aan de door de gemachtigde van appellant overgelegde termijnagenda die tijdens de zitting werd aangeduid. Gezien het recht op toegang tot de rechter, zoals verankerd in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, kreeg appellant het voordeel van de twijfel.
Als gevolg hiervan verviel de eerdere uitspraak van 18 oktober 2011 en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet.
De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2012.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet omdat het hoger beroep mogelijk tijdig is ingediend.