ECLI:NL:CRVB:2012:BW7168

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3602 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens tijdige indiening hoger beroep in WWB-zaken

In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet van appellant gegrond verklaard tegen de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. De Raad overwoog dat de gronden van het hoger beroep mogelijk al op 19 september 2011 via fax waren ingediend, ondanks dat de termijn in een aangetekende brief van 22 augustus 2011 was gesteld.

De Raad hechtte daarbij waarde aan de door de gemachtigde van appellant overgelegde termijnagenda die tijdens de zitting werd aangeduid. Gezien het recht op toegang tot de rechter, zoals verankerd in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, kreeg appellant het voordeel van de twijfel.

Als gevolg hiervan verviel de eerdere uitspraak van 18 oktober 2011 en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet.

De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2012.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet omdat het hoger beroep mogelijk tijdig is ingediend.

Uitspraak

11/3602 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 mei 2011, 10/5704 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage (college)
Datum uitspraak 29 mei 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 18 oktober 2011 heeft de Raad het door mr. E.R. Schenkhuizen, advocaat, namens appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 18 oktober 2011 heeft mr. Schenkhuizen namens appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 16 april 2012. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Schenkhuizen. Het college is niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 18 oktober 2011 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 22 augustus 2011 gestelde termijn zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellant niet in verzuim is geweest.
Gelet op hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd en op het verhandelde ter zitting, is de Raad van oordeel dat de gebleken feiten en omstandigheden van dit geval de mogelijkheid openlaten dat de gronden van het hoger beroep - toch - al bij faxbericht van 19 september 2011 zijn ingediend. Daarbij kent de Raad onder andere betekenis toe aan de ter zitting door de gemachtigde van appellant overgelegde - en aldus aangeduide - termijnagenda. Het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden verankerde recht op toegang tot de rechter vergt dat de rechtzoekende in een dergelijke situatie het voordeel van de twijfel krijgt.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 18 oktober 2011 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad in dit geval geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
IvR