ECLI:NL:CRVB:2012:BW7239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1995 arbeidsongeschikt als installatiemonteur, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Na herbeoordeling in 2008 werd zijn uitkering verlaagd naar 45-55% en later na bezwaar vastgesteld op 35-45% arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde aan dat hij door vermoeidheids- en psychische klachten, gerelateerd aan eerdere chemotherapie en radiotherapie, meer beperkingen ondervindt dan vastgesteld.
De Raad constateerde dat het onderzoek ter zitting niet volgens de wettelijke vereisten was verlopen, waardoor de eerdere uitspraak werd vernietigd. De Raad beoordeelde vervolgens zelf de medische onderbouwing en volgde het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat de vermoeidheidsklachten niet objectief geobjectiveerd konden worden. Het neuropsychologisch rapport van appellant ontbrak een medisch-specialistisch rapport dat de bevindingen ondersteunde.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij meer beperkingen ondervindt dan vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Er waren geen gronden om te twijfelen aan zijn geschiktheid voor de geselecteerde functies. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het Uwv werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.