ECLI:NL:CRVB:2012:BW7440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking bijstand en proceskostenveroordeling
Appellante ontving sinds 1993 bijstand en werd onderzocht wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht en overschrijding van het vrij te laten vermogen. Het dagelijks bestuur trok de bijstand in voor de periode van 1 juli 1997 tot 22 augustus 1999, later beperkt tot 15 mei 1998.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en veroordeelde het dagelijks bestuur niet in de proceskosten. Appellante stelde dat de intrekking arbitrair was en dat de proceskostenveroordeling onterecht ontbrak.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht de intrekking beperkte tot de periode vanaf 1 juli 1997 vanwege verjaring en dat de beleidsregel geen aanleiding gaf tot een andere datum. Wel werd geoordeeld dat de rechtbank het dagelijks bestuur ten onrechte niet in de proceskosten had veroordeeld, omdat het bestuur na het instellen van beroep alsnog kosten vergoedde.
De Raad vernietigde het deel van het vonnis dat het bestuur niet in de kosten veroordeelde, veroordeelde het bestuur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, en verklaarde het beroep tegen de intrekking van de bijstand ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard en het dagelijks bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.