ECLI:NL:CRVB:2012:BW7577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag en functieduiding
Appellante, sinds 1999 arbeidsongeschikt en behandeld voor diverse medische aandoeningen, waaronder een cystadenoom en schildklierproblematiek, werd in 2009 beoordeeld voor haar WAO-uitkering. Het UWV stelde beperkingen vast op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek en herzag haar uitkering naar 25-35%. In bezwaar werd dit verhoogd naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat functies niet mochten worden geduid met een grotere omvang dan haar maatmanfunctie.
De Raad deelt het oordeel van de rechtbank over het vertrouwensbeginsel en wijst het standpunt over functieduiding af. De Raad constateert echter dat de medische grondslag onvoldoende is onderbouwd, met name door onduidelijkheid over de urenbeperking en de gevolgen van hormonale disbalans en schildklierproblematiek.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit geen stand kan houden en draagt het UWV op binnen dertien weken het besluit te herstellen, met inachtneming van de overwegingen van de Raad. De uitspraak is gedaan door drie leden van de Centrale Raad van Beroep op 16 mei 2012.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV krijgt opdracht het besluit te herstellen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.