ECLI:NL:CRVB:2012:BW7668
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening gronden afgewezen
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht, maar de Raad heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet binnen de gestelde termijn van vier weken waren ingediend.
Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De gemachtigde van appellant stelde dat er telefonisch contact was geweest met een medewerkster van de Raad die zou hebben uitgelegd hoe uitstel kon worden aangevraagd en dat een schriftelijk verzoek tot uitstel was ingediend binnen de termijn.
De Raad oordeelde echter dat de brief met het verzoek om uitstel pas na het verstrijken van de termijn was ingediend en dat geen sprake was van een daadwerkelijke toezegging van uitstel door de medewerkster. De procesregels schrijven voor dat een verzoek om termijnverlenging binnen de termijn moet worden gedaan. Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 juni 2012.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.