ECLI:NL:CRVB:2012:BW7760
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te late griffierechtbetaling ongegrond verklaard
Appellant heeft tegen een eerdere uitspraak van de Raad, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late betaling van het griffierecht, verzet ingesteld. De Raad behandelde dit verzet op 7 mei 2012, waarbij appellant werd vertegenwoordigd door mr. V.H.B. ten Have. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) was niet aanwezig.
De Raad oordeelde dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald; de uiterste betaaldatum was 21 november 2011, terwijl betaling pas op 29 december 2011 plaatsvond. Hoewel de voormalige gemachtigde van appellant stelde niet op de hoogte te zijn gesteld van de griffierechtverplichting, stelde de Raad vast dat brieven hierover correct en tijdig aan het juiste adres waren verzonden en niet retour waren gekomen.
Hierdoor was er geen beletsel voor tijdige betaling en was er geen sprake van verzuimvrijstelling. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht van €112,- wordt terugbetaald aan appellant. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 4 juni 2012 in het openbaar gedaan door T.G.M. Simons.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late griffierechtbetaling wordt ongegrond verklaard.