ECLI:NL:PHR:2012:BX5578
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontvankelijkheid en griffierecht bij verzet tegen dwangbevel
In deze zaak betwistte een voormalige advocaat een dwangbevel van de griffier van de Hoge Raad tot betaling van verschuldigde griffierechten. Het verzet werd ingediend op grond van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz) dan wel de Wet griffierechten in burgerlijke zaken (Wgbz).
De Hoge Raad stelde vast dat het verzet tijdig was ingediend en ontvankelijk zonder dat tussenkomst van een advocaat vereist was, omdat het een administratieve procedure betreft. De eiser had verzocht om overleg over een afbetalingsregeling, maar dit overleg vond niet plaats. De griffier had het dwangbevel pas uitgevaardigd nadat betaling uitbleef.
Verschillende bezwaren tegen specifieke nota's werden beoordeeld. De Hoge Raad bevestigde dat griffierecht verschuldigd blijft ook bij niet-ontvankelijkheid wegens niet-tijdige betaling. Daarnaast werd geoordeeld dat geen vrijstelling van griffierecht geldt bij faillissement tijdens de procedure, tenzij het verzoek gericht is op toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De Hoge Raad achtte het verzet gegrond voor nota's gerelateerd aan verzoeken tot schuldsanering en vrijstelling van griffierecht, en ongegrond voor de overige nota's. Hierdoor werd het dwangbevel verminderd met een bedrag van €580,-.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel werd deels gegrond verklaard, waarbij het dwangbevel met €580,- werd verminderd wegens vrijstelling van griffierecht bij schuldsanering.