ECLI:NL:CRVB:2012:BW7764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering ondanks financiële situatie appellant
Appellant ontving ten onrechte een volledige WW-uitkering over twee perioden waarin hij had gewerkt. Het UWV herzag het besluit en vorderde de onverschuldigde uitkering van €441,60 bruto terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, stellende dat zijn uitzichtloze financiële situatie een dringende reden vormde om van terugvordering af te zien.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de slechte financiële situatie geen dringende reden is om af te zien van terugvordering, mede omdat een betalingsregeling mogelijk is en de beslagvrije voet bescherming biedt. Appellant herhaalde zijn standpunt in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft. Het UWV dient bij invordering rekening te houden met de beslagvrije voet, zodat appellant in zijn levensonderhoud kan voorzien. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde WW-uitkering wordt bevestigd ondanks de financiële situatie van appellant.