ECLI:NL:CRVB:2016:14
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WW-uitkering en terugvordering wegens niet tijdig bezwaar
De zaak betreft een appellant die een WW-uitkering ontving vanaf 29 augustus 2012, welke later door het UWV werd ingetrokken omdat hij als directeur-grootaandeelhouder niet als werknemer werd beschouwd.
Het UWV besloot op 28 januari 2013 dat de uitkering vanaf die datum onterecht was toegekend en vorderde het bedrag van €10.146,12 terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar deed dit te laat, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat hij pas tijdens de hoorzitting kennis had genomen van het besluit en betwistte de terugwerkende kracht van de herziening.
De Raad oordeelde dat de beslissing van 28 januari 2013 een intrekkingsbesluit is en dat appellant reeds op 4 februari 2013 op de hoogte was van deze beslissing. Het te late bezwaar was niet verschoonbaar. De intrekking is daardoor in rechte onaantastbaar geworden. Tevens is geen dringende reden aangetoond om af te zien van terugvordering. De Centrale Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WW-uitkering en de terugvordering wegens het niet tijdig indienen van bezwaar.