ECLI:NL:CRVB:2012:BW7785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-melding onroerend goed in Hong Kong
Appellanten ontvingen sinds 10 juli 2006 bijstand op grond van de WWB, waarbij hun vermogen aanvankelijk op nihil werd gesteld. Naar aanleiding van anonieme tips over een eigen woning in Hong Kong is een onderzoek ingesteld, dat leidde tot een rapport waaruit bleek dat appellanten een appartement bezaten dat niet was gemeld.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde € 42.285,77 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellanten gingen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellanten stelden dat het appartement familiebezit was en niet vervreemd kon worden, en dat de waarde van het pand te hoog was ingeschat. De Raad oordeelde dat het eigendom in een officieel register de veronderstelling rechtvaardigt dat het vermogen toebehoort aan appellanten, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, wat niet is gebeurd.
De waarde van het appartement werd bevestigd op circa € 88.000, ruim boven de vrij te laten vermogensgrens van circa € 10.000. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering wegens niet-melding van het appartement in Hong Kong wordt bevestigd.