ECLI:NL:CRVB:2012:BW8017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB, maar het college trok deze bijstand in en vorderde terug vanwege het niet melden van een Mercedes met een waarde boven het vrij te laten vermogen en onverklaarbare bankmutaties. De sociale recherche stelde vast dat appellant de auto gebruikte en betaalde, en dat er regelmatig stortingen en betalingen via een bankrekening plaatsvonden zonder opgave van de herkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij de Mercedes slechts kort leenden en dat het college op de hoogte was van de auto’s op naam van appellant, en dat zij voldoende bankafschriften hadden overgelegd. De Raad oordeelde dat het kentekenbewijs op naam van appellant de veronderstelling rechtvaardigt dat hij over de auto kon beschikken, en dat de onverklaarde transacties duiden op op geld waardeerbare werkzaamheden.
De Raad concludeerde dat appellanten de inlichtingenverplichting schonden door het niet melden van de auto en de bankmutaties, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Dringende redenen om van terugvordering af te zien werden niet aangetoond. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.