ECLI:NL:CRVB:2012:BW8067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-melden van effectenrekening
Appellante ontvangt sinds 1997 bijstand en had gedurende de periode 31 december 2004 tot en met 31 december 2007 een effectenrekening bij ING Bank met een waarde die het vrij te laten vermogen volgens de WWB overschreed. Het college trok daarom de bijstand over deze periode in. Appellante maakte niet aannemelijk dat zij niet beschikte over deze rekening of het tegoed daarop.
De Raad stelt vast dat het bestaan van een bankrekening op naam van een meerderjarige de veronderstelling rechtvaardigt dat deze bekend is met de rekening en dat het tegoed tot het vermogen behoort waarover hij of zij kan beschikken. Appellante slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken, ondanks haar stellingen dat zij geen pinpas had en geen transacties verrichtte.
De Raad oordeelt dat het niet melden van de effectenrekening een schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 17 WWB Pro is. Het hoger beroep faalt en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante de effectenrekening niet heeft gemeld en daardoor de inlichtingenverplichting heeft geschonden.