ECLI:NL:CRVB:2012:BW8256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.J.W. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loongerelateerde WGA-uitkering versus IVA-uitkering bij psychische arbeidsongeschiktheid
Werknemer, werkzaam als senior ontwerper openbare ruimte, viel in oktober 2004 uit wegens psychische klachten en vroeg in 2008 een WIA-uitkering aan. De verzekeringsarts stelde vast dat werknemer volledig arbeidsongeschikt was maar verwachtte verbetering op lange termijn. Na bezwaar werd dit oordeel bevestigd door de bezwaarverzekeringsarts, die een redelijke verwachting had dat de belastbaarheid zou verbeteren.
Appellante, de gemeente ’s-Hertogenbosch, en werknemer stelden dat werknemer duurzaam volledig arbeidsongeschikt was en dus recht had op een IVA-uitkering. Zij baseerden zich op rapporten van een bedrijfsarts en informatie uit de behandelend sector. De Raad oordeelde echter dat de medische gegevens per datum in geding (24 oktober 2006) en de behandelingsmogelijkheden een redelijke verwachting van verbetering rechtvaardigden.
De Raad verwierp het beroep van appellante en werknemer omdat de nadere informatie over de situatie na het overlijden van de echtgenote van werknemer in december 2007 niet relevant was voor de beoordeling op de datum in geding. De rechtbank en de Raad bevestigden dat werknemer terecht een loongerelateerde WGA-uitkering ontvangt en dat de IVA-uitkering niet toekomt.
Uitkomst: Werknemer ontvangt terecht een loongerelateerde WGA-uitkering en geen IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.