ECLI:NL:CRVB:2012:BW8338
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wubo
Appellante, geboren in 1947 in het toenmalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat appellante is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat alleen gebeurtenissen tussen de geboortedatum van appellante en 27 december 1949, de datum van soevereiniteitsoverdracht, relevant zijn voor erkenning. De door appellante en de getuige beschreven omstandigheden, zoals angsten en voedseltekorten, worden beschouwd als algemene oorlogsomstandigheden en niet als directe, tegen haar gerichte handelingen of maatregelen.
Hoewel het gezin van appellante vluchtte vanwege een dreiging, was er geen bewijs van een direct levensbedreigende situatie. De vlucht uit voorzorg valt niet onder de werking van de Wubo. De Raad erkent dat appellante mogelijk naoorlogse moeilijkheden heeft ervaren, maar deze zogenaamde tweede generatie problematiek valt niet onder de Wubo.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.